fbpx
Australië

De Roadtrip Nachtmerrie van een Backpacker

28 maart 2020
roadtrip nachtmerrie

Een job zoeken in Australië als backpacker is geen sinecure tijdens je Working Holiday. Je probeert alle mogelijke kanalen vol te pompen met al je persoonlijke verwezenlijkingen. In de hoop dat iemand deze waslijst aan willekeurige weetjes relevant vindt. Wanneer het moment uiteindelijk komt dat iemand je contacteert, spring je een gat in de lucht. Of in ons geval, bestel je een McFlurry tijdens je roadtrip in Broome, WA nadat je de belofte hebt gemaakt aan jezelf dat je gezond gaat eten.

Een nieuwe job!

De euforie maakt snel plaats voor de privé-detective die zich in m’n vriendin Kate schuilt. De huidige samenleving heeft bovendien geen geheimen meer voor de Googles en Facebooks van de wereld. Terwijl ik het meerendeel van de McFlurry binnenschrok, laat inspecteur Kate me gedetailleerd weten dat we zijn gecontacteerd door Far Far Away Station. Al knabbelend op een M&M krijg ik te horen dat het station ongeveer een 1200km verwijderd is van onze McDonalds. Bovendien willen de eigenaars ons zo snel mogelijk ter plaatse in de Outback. Kortom, er wacht ons weer een stevige roadtrip!

Hoewel je ontzettend blij bent met het aanbod van een nieuwe job. Hoe paranoia je ook wordt wanneer je nadenkt over de onzeker-en onwetendheid dat zo’n kans zich meebrengt.

Ik open Google Maps en ga strategisch te werk om een realistisch plan op te zetten. Hoeveel kilometer per dag? Welke locaties om te overnachten? Hoelang we erover gaan doen om op het cattlestation te geraken? Kate zit ondertussen op pagina tien van de Google resultaten en kan reeds de stamboom van de familie ‘Savage’ citeren. In principe lijkt alles te kloppen en we zijn blij dat we weer een job hebben.

Echter is er één kanttekening. Onze toekomstige werkplek is het meest geïsoleerde cattlestation in Australië. De dichtstbijzijnde stad… Nee, dorp…. Nee, gehucht is het woord! Het gehucht is 550 kilometer verwijderd van Far Far Away Station. Deze 550 km is bovendien geen verharde autosnelweg zoals in België. Deze baan is een ‘dirtroad’ eerste klasse. De weg bevat zodanig veel ‘corrugation’ die een gemiddelde Powerplate jaloers zou maken. Het lijkt dat ons rationeel vermogen ergens verloren is gegaan in de euforie van een nieuwe jobaanbieding. Vanwege hun vraag, besluiten we dat we zo snel mogelijk het cattlestation willen bereiken.

De romantiek van de Outback viert zege over de ratio!

roadtrip australië

Halls Creek

Na twee dagen reizen is Hall’s Creek onze laatste bestemming van onze roadtrip voordat we 500 kilometer landinwaarts moeten rijden. Deze plek wordt doorkruist door truckers, toeristen en ‘Grey Nomads’. Wie hier vrijwillig langer blijft dan één overnachting heeft ofwel een alcoholverslaving, een mentale ziekte, autopech of heeft veel pech gehad toen ze de stageplekken uitdeelden op school. Dit dorp z’n vuur is al een tijdje uitgeblust. Het is trouwens een schoolvoorbeeld van de schrijnende toestanden waarin de originele bevolking van Australië, de Aboriginals, wonen. Trouwens, verder dan het toeristencentrum en de IGA (= supermarkt zoals Carrefour Express) zijn we niet geraakt.

De aardige dame in het Vistor’s Center waarschuwt ons over de staat van de baan, de Tanami Road. Ze vertelt ons dat naast extra brandstof, ook liters extra water en twee reservewielen essentieel zijn voor zulke roadtrip. Ze vraagt of ik de nodige ervaring heb op corrugated roads en ik antwoord dat ik van België ben. Indien onze ‘offroad’ banen hier zouden zijn, zouden deze banen ‘snelwegen’ worden genoemd. Ze lacht, knikt en vraagt met welke auto we de “Highway from Hell” willen trotseren. We zeggen simultaan “Honda CRV 2000” en de vrouw staart ons twijfelachtig aan en blijft een poosje stil. In deze twee seconden stilte kunnen wij onze conclusie wel maken. De dame zegt echter daarna verrassend: “You should be fine.”

Daarna rijden we naar onze kampeerplek en het enigste wat ons bijblijft is de oordelende stilte van de vrouw. We besluiten dat we niet veel opties hebben en gaan slapen met gemengde gevoelens.

Na kilometer vijf is Kate zodanig weggezakt in haar stoel dat ik haar niet meer zie. Mijn vastgeschroefd hoofd dat verbonden zit aan een paar schouders die zoveel spanning bevatten dat mijn oren plots op dezelfde hoogte hangen kan amper links of rechts kijken.

Alweer een solide nachtrust in een oneindigheid van ruimte op ons houten bed vanachter in een Honda! Vol moed beginnen we aan onze langste roadtrip van ons Working Holiday avontuur. We naderen de Tanami Road, slaan linksaf en begeven ons op de ‘dirt’. Een blik vol geruststelling transformeert binnen de eerste kilometer in een zenuwachtig lachje. Na kilometer vijf is Kate zodanig weggezakt in haar stoel dat ik haar niet meer zie. Mijn vastgeschroefd hoofd dat verbonden zit aan een paar schouders die zoveel spanning bevatten dat mijn oren plots op dezelfde hoogte hangen kan amper links of rechts kijken. Het geluid van trillend carrosserie is oorverdovend waardoor we onze onrust niet in woorden kunnen uitdrukken. We naderen de 10 kilometer op de Tanami Road en onze Honda begint geluiden te maken die als smeekbedes klinken om te stoppen. Ik ram op de remmen, wacht tot de auto tot stilstand komt en zeg tegen Kate dat dit niet gaat lukken. Ze geeft een bevestigende blik en we keren in slakkentempo terug.

Aan de kruising met de snelweg zien we aan de ene kant een wagen die een lekke band heeft en aan de andere kant een backpacker die zijn voorste bumper heeft kwijtgespeeld. Alsof het universum ons een teken geeft dat het staken van de reis een verstandige beslissing is geweest.

backpacker nachtmerrie

Wilders? Jerry Wilders

Terug in het idyllische Hall’s Creek bellen we onze contactpersoon op. Ze begrijpt onze situatie en stelt ons meteen gerust: “Help is on the way.”

Wachtend aan het Visitor Center komt een 4×4 wagen ons tegemoet gereden. Een kleine, goedlachse oudere man begroet ons en vertelt ons dat we zijn auto mogen gebruiken om tot het cattlestation te geraken. Hij legt ons het plan uit. Wij rijden naar zijn cattlestation, laden onze spullen in zijn Nissan Patrol en onze Honda parkeren we in zijn garage. Dit lijkt ons een strak plan maar we blijven ons niet echt goed in ons vel voelen over die duivelse Tanami Road. We vragen hem of hij al veel pech heeft gehad op zijn Tanami roadtrips en hij antwoordt zeer spontaan:”Aw yeah, all the time!” Niet echt meteen geruststellend en hij beseft meteen dat hij ons nog onzekerder heeft gemaakt. Jerry probeert de situatie snel recht te trekken en verzekert ons dat zijn Nissan Patrol de Tanami Road al honderd keer heeft gedaan met enkel wat lekke banden als resultaat. Ik kijk Kate in de ogen en haal m’n schouders op: “We zullen het maar doen zeker!?” We stappen in onze Honda en rijden naar Jerry z’n cattlestation.

Terwijl we zeer strategisch tewerk gaan welke kledij we meenemen op roadtrip naar de Outback kunnen we Jamie z’n Nissan Patrol al meters ver horen in de achtergrond. Wij werken geconcentreerd verder en discussiëren welke broeken en t-shirts geschikt zijn voor een cattlestation.

Alsof wij enig idee hebben wat werken op een cattlestation voorstelt? Laat staan wat voor kledij we nodig hebben?

Na een kwartiertje lijken we klaar te zijn en komt Jerry ons vertellen waar onze Honda moet. Daaropvolgend parkeer ik onze woning van de voorbije drie maanden en nemen we afscheid. Eén of andere country zender speelt op de achtergrond terwijl Jamie ons uitlegt hoe de Nissan Patrol werkt. Hij vertelt wat je kan verwachten van de Tanami Road en bovendien stelt hij ons gerust dat de Patrol deze rit aankan zonder bij te tanken. Hoewel we de ervaren Jerry niet in twijfel trekken, ontstaat er toch een kleine kortsluiting bij mij en Kate. Van Dag 1 in Australië hebben we telkens gehoord dat we extra benzine, water en reservewielen moeten bij hebben als je reist doorheen Australië. Nu krijgen we te horen van iemand die de woestijn wekelijks doorkruist dat dit allemaal niet nodig is?

Hij herpakt zich en legt uit dat de Nissan Patrol een ‘subtank’ heeft. Naast de 90 liter heeft de wagen nog een aparte tank waar er een extra dertig liter in kan. Hiervoor is één simpele druk op de knop genoeg om de auto van tank te laten wisselen. Bovendien zegt Jerry dat deze subtank enkel nodig zal zijn voor de laatste vijftig tot honderd kilometer. Als twee naïeve tieners knikken we bevestigend ja en we nemen plaats in een échte 4×4 wagen. Na een half jaartje Australië lijkt het wel of we nu het echte Australië hebben gevonden. In the middle of nowhere, veel te warm weer, geen schaduw, country muziek, een man met een cowboyhoed en een auto waarbij Kate een bouldersessie moet vervolledigen voor ze er helemaal in geraakt om op roadtrip te gaan.

Na een half jaartje Australië lijkt het wel of we nu het echte Australië hebben gevonden. In the middle of nowhere, veel te warm weer, geen schaduw, country muziek, een man met een cowboyhoed en een auto waarbij Kate een bouldersessie moet vervolledigen voor ze er helemaal in geraakt om op roadtrip te gaan.

Wolfe Creek

We lijken klaar te zijn voor ons avontuur en plots houdt Jerry ons tegen: “Hold up, wait a sec, I just need to get something!” Hij opent de passagiersstoel en reikt naar de grond waar hij een groot jachtgeweer bovenhaalt.

“You wouldn’t want to be held up by the cops and have a riffle in your wagon right?”.

We toveren de meest kunstmatige glimlach ooit op ons gezicht en proberen niet naar elkaar te kijken in een momentje van absolute “What the fuck?”. Je moet weten dat we zeer dicht bij het dorpje Wolfe Creek zijn.  Een plaats waar de gelijknamige film is op gebaseerd van een gestoorde Australiër die onschuldige backpackers levend vilt. Het was nog geen drie maanden geleden toen een Australisch koppel ons aan het vertellen was dat we maar één plek in dit gigantisch land moeten mijden. En nu zitten we hier te praten met een onbekende man dat onbewust een jachtgeweer naar ons richt terwijl hij mopjes maakt over de politie. Je zou voor minder je hartslag voelen kloppen in je keel.

Desalniettemin knikken we “See ya ” naar Jerry en vertrekken we op roadtrip. We praten onszelf wat gefabriceerde moed toe en rijden richting Tanami Road. Juist voor vertrek vertelde Jerry dat hij tegen het einde van de dag ook vertrekt naar Far Far Away Station, dus als er iets zou gebeuren, hij ons toch tegen zou komen om te helpen. Dit was geruststellend nieuws en gaf ons een veiligheidsgevoel.

We begeven ons op de weg en het verschil is niet te omschrijven. De ‘clearance’ hoogte van de Patrol zorgt ervoor dat er maar de helft opspattende steentjes het carrosserie raken. Het lijkt ons plots perfect doenbaar. Het is momenteel 14u00 en we hebben nog 500 kilometer te gaan op onze roadtrip.

halls creek nachtmerrie

Tanami Road

Rond 14u30 zit ik helemaal goed in mijn vel en duw ik de Nissan Patrol tegen de 120 kilometer per uur op een weg die je in België een bouwwerf zou noemen. Je komt amper tegenliggers tegen dus je kan de wagen in het midden van de weg positioneren. Dit geeft je veel speling moest de auto afzwenken. Kate is inmiddels weer weggezakt in haar stoel en kijkt meer op haar gsm dan op de baan. Hoogst begrijpelijk, ik zou net hetzelfde doen! Na anderhalf uur rijden komen we de laatste splitsing tegen die je naar het laatste tankstation brengt. Het volgende tankstation? 650 kilometer verder of je moet terugrijden naar Hall’s Creek. We denken er even over na om vol te tanken, maar beslissen dat dit teveel tijd zou kosten. Zo’n omweg in onze roadtrip zou resulteren in een aankomst in de nacht bij Far Far Away Station.

Na 280 kilometer ononderbroken gereden te hebben, houden we een kleine pauze. We parkeren bij de enigste boom die ons een beetje schaduw kan geven. Ik zet de motor uit en houden een praatje hoe snel en hoe vlot we de roadtrip aan het doen zijn. Dit is veel beter dan dat we verwacht hadden van de “Highway from Hell”. Na een tiental minuutjes krijgen we het te warm en springen we terug in onze wagen. Ik start de wagen en het eerste probleem presenteert zich. Het dashboard werkt niet. Ik zet alles uit en probeer nogmaals, niets werkt. In een stad zou dit rampzalig zijn, je weet niet of je lichten werken, je ziet niet hoe snel je rijdt, enz. In de Outback? Goh, er zijn ergere problemen denken we!

We gaan terug op de baan. Ditmaal zonder enig idee hoe snel ik rij, hoeveel benzine er nog is en of de subtank wel of niet gaat werken. Al een geluk had ik voor onze pitstop een blik geworpen op ons benzinegebruik en zouden we net wel of net niet onze eindbestemming halen zonder de subtank te hoeven te gebruiken. We blijven positief!

Desondanks deze technische problemen blijft de reis vlot verlopen. We zijn betoverd door het Outback landschap en hoe het van de ene moment op de andere plots kan veranderen van kleur en vegetatie. We vreten kilometers aan een razendsnel tempo en we komen op een splitsing waar er zogezegd bereik zou zijn. De enigste plek gedurende de hele roadtrip waar er communicatie mogelijk is met de buitenwereld. Jerry had ons verteld om hier even een seintje te geven aan het station waar we zijn. Nadat we even de tijd nemen om een plekje te zoeken om te stoppen, stapt Kate uit de wagen om het netwerk te testen. Gedurende Kate haar kleine wandeling op het Mars landschap, probeer ik nogmaals de wagen te herstarten in de hoop dat de elektriciteit werkt.

Spijtig genoeg werkt geen enkel lampje.

Bovendien zie ik in de verte Kate nee-knikkend terug wandelen met haar gsm boven haar hoofd.

Geen signaal.

Oké, geen paniek. Het is nog een kleine honderd kilometer tot het station. We hebben voldoende benzine én nog een subtank. Bovendien vertrok Jerry twee uur na ons ook richting het station. Alles komt goed. We zetten onze roadtrip gewoon verder. Aangezien er niets werkt van elektriciteit probeer ik op de knop van de subtank te duwen om zeker te zijn dat we nog voldoende benzine hebben. Ongeacht wat voor druk ik gebruik op de knop. Alles blijft ongewijzigd en ik hoor geen enkel mechanisme starten. Ik leef in ontkenning en ga er maar van uit dat de subtank werkt….

De zon zet stilaan koers naar de horizon. De Nissan blijft rustig stof eten en er heerst stilte in de wagen. Gevoelens van onzekerheid hangen in de lucht, maar aan de oppervlakte blijven we zelfzeker. Na een dik halfuur rijden horen we een geluid uit de motor komen dat niet gezond is. Ik beslis om iets meer gas te geven en het geluid verdwijnt.

Oeff, vals alarm.

tanami road backpacker

This is it.

Geen vijf minuten later valt de auto stil.

Enkel het geluid van opspattende steentjes en een wagen die zonder geluid blijft bollen. De auto komt tot stilstand en ik probeer de 4×4 terug te starten. Hij doet het! Ik duw op de accelerator en na twee seconden valt hij terug stil. Ik zie niks op het dashboard maar de geluiden die de wagen maakte en de manier hoe de motor stilvalt zijn voldoende aanwijzigingen om tot een besluit te komen.

Geen benzine meer.

Het einde van onze roadtrip.

Google Maps kan ons nog meedelen dat we 54 kilometer van het cattlestation verwijderd zijn. De zon informeert ons dat de dag er bijna op zit. De auto houdt de lippen stijf op elkaar.

This is it.

Er is geen netwerk, er is geen internet en er is geen satelliet telefoon. Het besef dat we er alleen voor staan komt aan als een hamer op ons hoofd.

De stilte overvalt ons na vijf uur het hels lawaai van opspattende stenen en een loeiende 4×4 motor. Leegte en enkel leegte is er te zien. Er is geen netwerk, er is geen internet en er is geen satelliet telefoon. Het besef dat we er alleen voor staan komt aan als een hamer op ons hoofd. Onze enigste houvast is dat Jerry onderweg is. Ondanks deze nachtmerrie blijven we beide kalm. We hebben voldoende verhalen gelezen en gehoord van mensen in de Outback die sterven door autopech omdat ze wegwandelen van hun wagen op zoek naar hulp. Netflix is ons kalmeermiddel en we zetten een film op. Aandachtig wordt er niet bepaald gekeken en om de vijf minuten strooien we kleine weetjes naar elkaar zoals: “Er zit een volledig krat cola in de koffer.” of “Ik heb drie zakken chips gezien op de passagiersstoel.”

De film is al een uur bezig en de zon gaat onder. We ervaren misschien wel één van de mooiste zonsondergangen dat we ooit zullen meemaken en het kan ons geen bal schelen. We zetten de film op pauze en stappen uit. Elke tien seconden lijkt het wel of we een auto in de verte horen.

“Jerry!”

Telkens is het een teleurstelling. De minuten voelen als uren en het uur voelt als een nacht. Ik probeer al mijn autokennis boven te halen in de hoop dat ik op een oplossing kom, maar ik hou me enkel maar voor de gek. We zitten vast en onze enigste hoop is een voorbijganger. We rekenen uit hoelang het nog duurt voor Jerry langskomt en onze berekening zegt dat Jerry al lang had moeten komen.

Misschien kwam Jerry pas morgen?

backpacker ergste nachtmerrie

Mr. Johnson – Roo Shooter

Honger en dorst worden volledig aan de kant geschoven en onbewust zijn we misschien al aan het rantsoeneren. Het is nu pikdonker en de temperatuur daalt snel. We zetten de film terug op en proberen kalm te blijven. Tijdens een donkere scène van de film draait Kate haar hoofd bliksemsnel richting de koffer.

“Jerry!”

We zien de eerste paar koplampen verschijnen en al snel een tweede paar. Twee Holden Commodores verschijnen uit de pikdonkere Outback. Ik ga in het midden van de baan staan met het lampje van mijn GSM en maak duidelijk dat we autopech hebben. Een grote, donkere man stapt uit de auto terwijl ik nog steeds als een gek met mijn lampje in zijn gezicht schijn. Voor het eerst hebben we interactie met Aboriginals. Je weet dit of misschien niet, maar de relatie tussen ‘White Fellas’ en ‘Black Fellas’ in Australië is niet bepaald ‘Kumbaya’. Wat ik als onwetende blanke man wil zeggen is… we voelen ons niet bepaald op ons gemak. Wij zijn met twee, zij zijn met zes.

Ik leg hem onze situatie uit en ik deel mijn vermoeden dat de subtank niet werkt. Hij vraagt om de sleutels en probeert de auto te starten. In een nanoseconde knikt hij naar me. “Ran out of fuel”. Zonder er iets aan toe te voegen wandelt hij naar zijn wagen en opent de koffer. In zijn Commodore staan er minstens acht gevulde jerrycans.

We zijn gered!

Terwijl hij de eerste jerrycan in de auto giet, vraagt hij naar waar onze roadtrip in godsnaam leidt in het midden van de woestijn. Trots deel ik hem mee dat we als backpackers een job hebben gekregen op het meest geïsoleerde cattlestation van Australië, Far Far Away Station. Al lachend weet hij me mee te delen dat hij daar heeft gewerkt. Zoals vele Aboriginals worden ze aangenomen door hun kennis over het land én om kangoeroes af te schieten. Hij zegt me om de familie Wilders de groeten te doen van Mr. Johnson – The ‘Roo Shooter. Als ik hem vraag hoeveel we hem moeten voor de benzine, antwoordt hij met de meest onverwachte zin: “Oh, I’m sure I’ll get some petrol from you when I’m broke down.” De empathie druipt van de man af en we grijpen direct naar onze portefeuille. We geven de man 80 dollar voor de 40 liter benzine. Mr. Johnson geeft ons een lachje en doet teken dat de verantwoordelijke van de Financiën van zijn huishouden plaats neemt in de passagiersstoel van de felrode Commodore.

We bedanken hem wel zeker tien keer en we vragen of hij nog ver van zijn bestemming is. De ‘Roo Shooter heeft nog zeker zes uur voor de boeg. Het is ondertussen al acht uur ‘s avonds en we staan er stomverbaasd. Hij vertelt ons dat hij ‘s nachts tegen zestig per uur rijdt om de kans te minimaliseren dat hij wilde dieren aanrijdt. Hij raadt ons aan om hetzelfde te doen en stelt ons gerust dat hij achter ons zal rijden tot onze afslag naar het cattlestation.

Wat een roadtrip!

Mr. Johnson start voor ons de auto en we bedanken hem voor de elfde keer. “Always carry extra fuel” zegt hij. Een regel waar we nooit een uitzondering op maken in onze eigen auto, maar wel in een auto van een wildvreemde blijkbaar. Ik duw zachtjes op de gaspedaal en het geluid van de opspattende steentjes klinkt nu als muziek in onze oren. Het is waanzinnig donker en de vijftien extra mistlampen die gemonteerd zijn aan de bumper komen nu wel van pas. Af en toe zien we een schim aan de zijkant. Koeien die aan de rand van de baan komen wandelen in de hoop om die ene grasspriet te vinden. Telkens schrikken we ons rot, maar we blijven ongedeerd. Elke kilometer lijkt nu wel een uur te duren. Juist voor we beginnen twijfelen over het überhaupt bestaan van het cattlestation zien we een wegwijzer.

Far Far Away Station

Wat een opluchting! Het einde van de roadtrip is in zicht!

De baan is nog steeds in erbarmelijke staat en onze roadtrip leidt ons verder in de nacht. Bij elke bocht lijken we lichtjes te zien in de verte van de ‘Homestead’. Telkens blijkt het een teleurstelling en valt er niets te zien. Een cocktail van wanhoop en vermoeidheid overvalt me en ik vraag aan Kate of dit Outback avontuur wel een goed plan is geweest. Nog voordat Kate een geruststellend antwoord kan verzinnen, zien we eindelijk lampjes die een teken geven van leven.

Het is nu reeds 20u30. Traag naderen we de poort die al openstaat voor ons. Ze verwachten ons! Zonder enig idee waar ‘een parking’ is, zetten we onze auto voor het huis. Hoewel er totaal geen beweging is aan het huis besluiten we om uit de auto stappen op zoek naar leven. Op het terras zien we een klein kampvuur waarachter twee mannen verschijnen. Met een biertje in de hand begroeten ze ons alsof we familieleden zijn die ze al een tijdje niet meer hebben gezien.

“Guys, we were worried you weren’t gonna make it.”

Een groen lachje later en we verzwijgen tactisch onze gevoelens die exact overeenkomen met die van hun. We leren de manager Randy kennen en de echtgenoot van onze contactpersoon, Chris. Iemand die later in onze reis meermaals een protagonist wordt! Ze nemen ons mee naar het kampvuur waar de rest van het personeel gezellig een biertje zit te nuttigen.

We ploffen in een stoel, kijken elkaar aan en zijn ontzettend blij dat we hier zijn wakker geworden uit onze nachtmerrie. Enerzijds zijn we trots hoe kalm we gebleven zijn, anderzijds voelen we ons wat lullig dat we onze jerrycan niet hadden meegenomen.

Anyway, een roadtrip die we niet snel gaan vergeten! En het echte Outback avontuur moest nog beginnen!

Je Kan Dit Ook Leuk Vinden

1 Reactie

  • Antwoorden Joeri Abelshausen 28 maart 2020 at 10:16

    Wauwww, wat een fantastisch verhaal!
    Veel succes nog!

  • Geef een Antwoord.

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.